Menu:

 

Herinneringen aan kamp Molengoot

`De naam Hardenberg blijft voor mij nauw verbonden met de naam Molengoot. In 1942, nu alweer 53 jaar geleden kwam ik daar gedwongen terecht omdat ik Jood was. In het kamp stond een soort directeur aan het hoofd, een kampbewaarder, die de (Joodse) Kapo (kamppolitie) belastte met de handhaving van de orde en allerlei andere zaken. Deze mensen waren om de dooie dood niet gemakkelijk, integendeel. We moesten elke dag de hei op om putten te graven en als 'beloning' kreeg mijn vrouw een postwissel van de Heidemij thuis ten bedrage van acht cent en één van zeven cent! Voor zover ik mij kan herinneren verbleef ik ca. 6 weken in dat kamp. Het hoogste bedrag dat mijn vrouw mocht innen was elf cent. Wij hebben dat zuiver als een vernedering ervaren: Je bent niets waard en je betekent nog minder... Wij vulden de dag met hard ploeteren en hielden met humor onze geest en conditie op peil. Wij organiseerden zelfs eens een soort rouwdienst. Groeven een kuil en smeten er vuil in: de begrafenis van Hitler. Met de ironische kreet: 'GEEN JOOD GAAT DOOD IN MOLENGOOT' probeerden we de moed er in te houden.

Er werd in het kamp altijd gefloten: Als je op moest staan, moest eten, straf exerceren, stoppen met eten of naar bed moest. Zelfs smakelijk eten wensen was een fluitsignaal. Op een keer kwam de SS één nachtje slapen. Ter misleiding werd ons dit althans op de mouw gespeld, zodat het geen onrust veroorzaken zou. Kennissen of familieleden die niet van joodse afkomst waren, en af en toe voedsel over de hekken gooiden stopten toen uit angst hiermee. Ik weet nog dat er een boer in de buurt woonde, waar ik naar toe sloop, die eten gaf en brieven verzond. Een geweldenaar in mijn ogen! Wat zou het onvergetelijk zijn deze held nog eens te ontmoeten! Zijn moedig gedrag vergeet ik nooit meer, dank u wel. U was een mens zoals God bedoeld moet hebben!

Oktober 1942, ik meen de 14e, nam de SS ons mee. Wij gingen, bewaakt door deze gewapende SS-ers lopend naar het station in Hardenberg, om per trein naar Zwolle getransporteerd te worden. Ik herinner me nog dat bewoners van Hardenberg ons nakeken, sterkte toewensten... of de andere kant opkeken, deden of ze niets zagen. Ook waren er mensen die een stille wenk gaven. De Hardenbergers hebben mij niet de indruk van vijandschap of vriendschap kunnen geven. De angst speelde eigenlijk iedereen parten.
Op het station van Zwolle werden we uitgejouwd door een stel Duitse matrozen die de andere richting uitgingen.

Hardenberg, Molengoot, het blijft mij voor de geest staan als een tussenstation naar de verschrikking. Wij kwamen terecht in Westerbork. Het heette daar onmenselijk te zijn, maar in verhouding tot Auschwitz of andere gasleveranciers van de dood, was Westerbork nog een ideaal kamp. De onderlinge verhoudingen tussen de gevangenen, voor zover ik mij dit herinner, was soms goed maar vaak ook slecht. Er waren moedige, bange en laffe mensen. Egoïsme speelde een grote rol. Iedereen vocht voor z'n eigen vrijheid en had de hoop die ééns te beleven. De Kapo's waren ook mensen die vochten voor eigen behoud en onverschillig stonden tegenover andermans verdriet en ellende. Ze leefden in de veronderstelling dat er voor hen redding was als ze hun werk goed deden. Ook dat was een zware misrekening. Hardenberg, Molengoot. Voor mij toen de eerste stap naar de vernietiging. Westerbork, voorportaal van de gaskamers. Daar zag ik op zekere dag ook dat mijn vrouw binnengebracht werd. Door een list en pure mazzel hebben wij beiden kunnen ontsnappen. Geholpen door een Duitse kleermaker die kleding moest maken voor de kampleiding. Ook hij was een Jood. Na veel omzwervingen terug in Amsterdam, doken we onder tot de bevrijding. We kregen ons dochtertje terug dat al die jaren liefdevol verzorgd was door een schoonzuster. Ook vond ik m'n broer terug, het enige familielid dat overleefde. Mijn vrouw en ik kwamen tot de slotsom dat we samen 170 familieleden verloren hadden....

Hardenberg. Ik zie het geregeld staan op verkeersborden als ik vanwege mijn beroep langs of door de plaats kom. (Als clownsduo Appie en Flappie treden mijn tweede vrouw Astrid en ik nog geregeld op). Als ik die plaatsnaam lees denk ik altijd terug aan die tijd.'

(door Ab van der Linden / Diemen - Rondom den Herdenbergh, 1995, nummer 12/3)


Het allereerste optreden van Ab van der Linden als de clown Flappie was eind jaren '50, en het succes bleef totdat hij in 1999 op 87-jarige leeftijd overleed. Het begon allemaal met optredens als het duo 'Appie en Flappie' waarvan Appie door de jaren heen door Fred Wiegeman, Wim Wama en Astrid Koster werd vertolkt. Ab van der Linden was behalve clown ook acteur. Hij speelde in bekende kinderseries zoals Ti-Ta Tovenaar (kelner, kruideniertje, bakker en dokter), en hij vertolkte de rol van Gozewijn in Floris. In 1998 was hij nog eenmaal als Flappie te ziekker en dokter), en hij vertolkte de rol van Gozewijn in Floris. In 1998 was hij nog eenmaal als Flappie te zien bij Paul de Leeuw in Laat de Leeuw.